ECLI:NL:RBROT:2016:8262
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter bij Bopz-zitting wegens geen aanwijzing voor vooringenomenheid
Verzoeker, die verblijft in een psychiatrische instelling, verzocht wraking van de rechter die hem hoorde in een procedure tot verlenging van zijn opname op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat zij de aanwezigheid van twee begeleiders tijdens het verhoor had bevolen, gebaseerd op het advies van de behandelend psychiater. Tevens wees verzoeker op een vermeende schending van het veiligheidsprotocol van de rechtbank Rotterdam, omdat de rechter en de psychiater al in de verhoorruimte aanwezig waren toen verzoeker en zijn advocaat binnenkwamen, wat volgens hem de indruk van overleg vooraf wekte.
De rechter verweerde zich door te stellen dat het veiligheidsprotocol correct was gevolgd en dat de beslissing over de aanwezigheid van begeleiders een ordemaatregel was ter waarborging van de veiligheid tijdens de zitting, losstaand van de inhoudelijke beoordeling van het gevaarscriterium in de Bopz-procedure. De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid en dat de vrees van verzoeker objectief niet gerechtvaardigd was.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De beslissing benadrukt het belang van het veiligheidsprotocol en het vermoeden van onpartijdigheid van rechters, tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders aantonen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.