Eiser en gedaagde hadden een affectieve relatie waaruit een dochter is geboren. Eiser was actief als internetzaaddonor zonder wensmoeders te informeren over zijn diagnose syndroom van Asperger. Gedaagde verstrekte privacygevoelige documenten van eiser aan een derde, [persoon 1], en verleende medewerking aan publiciteit over eiser.
Eiser vorderde een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld, immateriële schadevergoeding en een publicatieverbod. Gedaagde stelde dat eiser zelf onrechtmatig had gehandeld jegens wensmoeders.
De rechtbank oordeelde dat het verstrekken van informatie niet onrechtmatig was gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder het belang van wensmoeders om geïnformeerd te zijn over de diagnose. Ook de publiciteit was niet onrechtmatig. Er was geen sprake van immateriële schade door gedaagde. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.