ECLI:NL:RBROT:2016:8703
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste urenregistratie
Eiser, sinds 1982 in dienst en werkzaam als wachtcommandant met een voorbeeldfunctie, werd ontslagen wegens het opzettelijk registreren van meer uren dan daadwerkelijk gewerkt. Na een onderzoek waarbij urenregistraties werden vergeleken met plannings- en roosteradministratiesystemen, bleek dat eiser 112,25 uren over 17 dagen onjuist had opgegeven.
Eiser voerde aan dat hij werkte met prognoselijsten die later definitief zouden worden, maar de rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig. Verweerder stelde dat het gedrag van eiser niet alleen plichtsverzuim was, maar ook ernstig vanwege zijn leidinggevende positie.
De rechtbank bevestigde dat het plichtsverzuim voldoende was vastgesteld en dat het ontslag niet onevenredig was, mede gezien de ernst, duur en stelselmatigheid van de onjuiste urenregistratie. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.