De rechtbank Rotterdam behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot concretisering van de voorwaarden betreffende het gedrag van een ter beschikking gestelde, opgelegd na een gevangenisstraf van vijf jaar wegens moord. Hoewel de vordering te laat was ingediend, oordeelde de rechtbank dat er bijzondere omstandigheden waren die ontvankelijkheid rechtvaardigden.
De ter beschikking gestelde was sinds april 2016 voorwaardelijk in vrijheid gesteld en verbleef op de Forensisch Psychiatrische Afdeling van een kliniek. De reclassering en deskundigen adviseerden aanvullende gedragsvoorwaarden om een verantwoorde resocialisatie mogelijk te maken, waaronder medewerking aan medicatie, toezicht, en onthouding van alcohol en drugs.
De rechtbank stelde vast dat de voorwaarden noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige terugkeer in de maatschappij en wees de vordering toe. Tevens werden concrete gedragsvoorwaarden vastgesteld, waaronder medewerking aan forensisch psychiatrisch toezicht, naleving van voorschriften, en het niet zonder toestemming veranderen van verblijfplaats. De belangen van de ter beschikking gestelde werden meegewogen, evenals het maatschappelijk belang van veilige resocialisatie.