ECLI:NL:RBROT:2016:900
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M.G.L. de Vette
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herziening WW-uitkering en terugvordering afgewezen
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WW-uitkering per 2 juni 2014, waarbij de uitkeringsduur werd teruggebracht van 28 naar 4 uur per week, en tegen een terugvordering van € 3.588,41. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk omdat dit besluit al eerder was genomen op 15 oktober 2014 en het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond, maar stelde het aflossingsbedrag bij naar € 200 per maand.
Tijdens de zitting erkende eiser dat de terugvordering wettelijk juist was toegepast, maar betwistte de methode van herziening omdat hij in de week van 2 juni 2014 24 uur werkte, terwijl hij in de daaropvolgende weken minder werkte. Hij verwees naar een wetswijziging die het gemiddeld aantal arbeidsuren over vier weken als maatstaf hanteert, wat gunstiger zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk was omdat het besluit van 15 oktober 2014 het eerste rechtsgevolg had en daarop tijdig bezwaar had moeten worden gemaakt. De wetswijziging was niet van toepassing op de periode juni en juli 2014, zodat dit geen verandering bracht in de beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van zijn WW-uitkering en de terugvordering wordt ongegrond verklaard.