ECLI:NL:RBROT:2016:9212
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende onderbouwing van steunvorderingen
De coöperatie heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot faillietverklaring van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) op grond van een financieringsovereenkomst. Tijdens de zittingen op 13 en 27 september 2016 hebben partijen hun standpunten toegelicht en aanvullende stukken overgelegd.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster een opeisbare vordering van circa € 348.000 heeft op verweerster. Ter onderbouwing van haar steunvorderingen verwees verzoekster naar vorderingen van de belastingdienst, accountant en andere partijen. Deze vorderingen werden door verweerster gemotiveerd weersproken en verzoekster slaagde er niet in deze nader te onderbouwen.
Met betrekking tot een specifieke vordering van een derde partij stelde verweerster dat er nog geen directe aansprakelijkheid bestond omdat de vordering gedekt was door een hypotheek op onroerend goed dat te koop stond. Verzoekster kon niet aantonen dat verweerster reeds aansprakelijk was voor deze vordering.
Gezien het gebrek aan voldoende onderbouwing van de steunvorderingen en het ontbreken van een aannemelijke opeisbare vordering, wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de steunvorderingen.