ECLI:NL:RBROT:2016:9227
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- J.H. de Wildt
- M. Fiege
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens voortzetting procedure ondanks niet tijdige griffierechtbetaling
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter vanwege het voortzetten van een civiele procedure terwijl eiser het griffierecht niet tijdig had voldaan. Verzoeker stelde dat dit een onjuiste en onbegrijpelijke beslissing was die de schijn van partijdigheid wekte.
De rechter verwees naar het interne beleid van de kantonrechters in Rotterdam, gebaseerd op een aanbeveling van het LOVCK, waarbij het eerste en tweede lid van artikel 127a Rv in dagvaardingsprocedures op tegenspraak buiten toepassing worden gelaten. Hierdoor wordt niet aangehouden om betaling van het griffierecht te controleren en wordt de procedure voortgezet.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zich geen grond voor wraking is en dat de beslissing van de rechter niet zo onbegrijpelijk was dat deze door vooringenomenheid ingegeven kon zijn. De toepassing van de hardheidsclausule was gemotiveerd en in lijn met het beleid, waardoor het wrakingsverzoek ongegrond werd verklaard.
De beslissing benadrukt dat artikel 127a Rv primair gericht is op tijdige betaling van het griffierecht en niet op het beschermen van de positie van de gedaagde. De procedure werd voortgezet zonder dat dit een aanwijzing voor partijdigheid opleverde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.