ECLI:NL:RBROT:2016:9309
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- J.H. de Wildt
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in familierechtelijke procedures over ouderlijk gezag en ondertoezichtstelling
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die eerder betrokken was bij een kort geding en vervolgens de behandeling voerde van een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag, zorgregeling en ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kinderen. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was vanwege eerdere beslissingen, de planning van zittingen zonder overleg, en de wijze waarop stukken tijdens de zitting werden behandeld.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat eerdere betrokkenheid van de rechter bij een kort geding geen grond voor wraking vormt, ook niet als de partij het niet eens is met die eerdere beslissing. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de procesbeslissingen omtrent de planning en behandeling van de zaken niet onbegrijpelijk waren en geen aanwijzing voor partijdigheid bevatten.
Ook het bezwaar dat de raadsvertegenwoordiger onvoldoende tijd had om ingediende stukken te bestuderen, werd door de rechtbank als een normale procesbeslissing beoordeeld die niet wijst op vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De uitspraak benadrukt het uitgangspunt van "één gezin, één rechter" in familierechtelijke procedures en bevestigt dat procesbeslissingen binnen de beoordelingsvrijheid van de rechtbank vallen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aantonen dat de rechter niet onpartijdig is.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.