Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. H.J.M. van der Kaaijen
mr. A.I. van Strien, rechters-plaatsvervanger respectievelijk senior rechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam die de strafzaak tegen hem behandelen. Dit verzoek kwam nadat de wrakingskamer op 20 oktober 2016 al een eindbeslissing had genomen in een eerdere wrakingsprocedure.
De rechtbank overweegt dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechters op 20 oktober 2016 een eindbeslissing hebben genomen, was de behandeling van de zaak door deze rechters feitelijk beëindigd toen het wrakingsverzoek op 24 oktober 2016 werd ingediend.
Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling buiten behandeling gesteld. Tevens is het verzoek om de wraking door een andere rechtbank te laten behandelen afgewezen. De beslissing is uitgesproken op 9 november 2016 door de voorzitter en twee rechters van de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.