ECLI:NL:RBROT:2017:10161
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde kinderdagverblijf in historisch pand met lift
De zaak betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van een pand uit 1894 dat wordt gebruikt als kinderdagverblijf. Verweerder stelde de waarde voor het belastingjaar 2016 vast op €954.000,-, wat eiseres betwistte en een lagere waarde van €824.000,- aanvoerde.
De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde moet worden vastgesteld volgens de HWK-methode en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Belangrijk in de beoordeling was de aanwezigheid van een lift, die volgens de rechtbank onlosmakelijk onderdeel is van de onroerende zaak en dus moet worden meegewogen in de waardering.
Eiseres stelde dat de lift niet meegewogen mocht worden omdat het pand leeg zou worden opgeleverd bij verkoop, maar de rechtbank verwierp dit op grond van het Burgerlijk Wetboek. Ook de door eiseres aangevoerde lagere huurwaarde en kapitalisatiefactor werden door de rechtbank niet gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €954.000,- wordt ongegrond verklaard.