Op 19 juni 2016 ontstond een grote brand in een bedrijfscomplex te Schiedam. Verdachte werd beschuldigd van opzettelijke brandstichting, waarbij hij al dan niet samen met anderen brand had gesticht in het pand. De officier van justitie eiste vijf jaar gevangenisstraf.
Tijdens de terechtzitting op 29 november 2017 werd het bewijs onderzocht. Forensisch onderzoek kon niet vaststellen dat de brand door opzettelijke brandstichting was veroorzaakt. Hoewel benzine werd aangetroffen op een schoen en een shirt met DNA van verdachte, en resten van een witte jerrycan werden gevonden, achtte de rechtbank deze aanwijzingen onvoldoende om brandstichting te bewijzen.
De rechtbank concludeerde dat de technische en tactische informatie slechts een vermoeden van brandstichting opleverde. Omdat het bewijs niet overtuigend was, sprak de rechtbank verdachte vrij. De vraag of verdachte als dader of mededader betrokken was, werd niet meer behandeld.