ECLI:NL:RBROT:2017:10271
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen lichten verdachte in het belang van het onderzoek ongegrond verklaard
De verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel van de officier van justitie om hem op 13 en 20 december 2017 te lichten voor verhoor. Dit bevel is gegeven in het kader van een ernstig strafrechtelijk onderzoek waarbij de verdachte wordt verdacht van het toebrengen van dodelijke insuline-injecties aan bejaarden, met meerdere overlijdensgevallen tot gevolg.
De raadkamer heeft het bezwaarschrift beoordeeld aan de hand van artikel 62 en Pro 62a van het Wetboek van Strafvordering, waarin maatregelen in het belang van het onderzoek tijdens voorlopige hechtenis zijn geregeld. De raadkamer oordeelt dat het lichten van de verdachte, ondanks zijn voorlopige hechtenis, gerechtvaardigd is vanwege de ernst van de verdenking en het belang van het onderzoek. Daarbij is overwogen dat het doel niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
De verdachte heeft het recht op verhoorbijstand en kan zich beroepen op zijn zwijgrecht. Het verhoor vindt plaats in een speciale verhoorkamer met audiovisuele registratie, wat gezien de ernst van de zaak gerechtvaardigd is. De raadkamer verklaart het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt het lichtingsbevel.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het lichtingsbevel is ongegrond verklaard en het bevel bevestigd.