ECLI:NL:RBROT:2017:10274
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens voortgang gedragsverbetering veroordeelde
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 december 2017 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden, opgelegd bij vonnis van 7 mei 2014. De veroordeelde verbleef sinds 1 december 2017 op bevel van de rechter-commissaris in voorlopige hechtenis wegens een vermoeden van overtreding van een bijzondere voorwaarde.
De rechtbank besloot niet nader te onderzoeken of de veroordeelde de bijzondere voorwaarde had overtreden, aangezien hij dit ontkende en de voorlopige hechtenis reeds 19 dagen had geduurd. Bovendien had de veroordeelde sinds het ondergaan van het onvoorwaardelijke deel van de straf zijn leven met professionele hulp aanzienlijk verbeterd en toonde hij motivatie voor gedragsverandering.
De rechtbank overwoog dat voortzetting van de tenuitvoerlegging de positieve ontwikkeling van de veroordeelde zou kunnen ondermijnen, met verlies van werk en woning als gevolg. Daarom wees zij de vordering van de officier van justitie af en hief het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging op, waarbij de proeftijd en voorwaarden van de voorwaardelijke straf onverkort blijven gelden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af en heft het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging op.