Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
B.G. van der Vlies, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017. [1]
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 oktober 2017 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om deze beëindiging vanwege het niet naar behoren nakomen van de informatie- en sollicitatieverplichtingen door de schuldenaar, het ontstaan van nieuwe schulden en het laten ontstaan van een boedelachterstand.
De schuldenaar had ondanks een eerdere verlenging van de regeling onvoldoende gesolliciteerd en de bewindvoerder niet tijdig en volledig geïnformeerd over zijn financiële situatie, waaronder een nieuwe schuld aan de gemeente Rotterdam. Tijdens de zitting gaf de schuldenaar aan drie maanden niet te hebben kunnen solliciteren vanwege een opname in een kliniek wegens verslaving, maar toonde geen intentie tot hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen en geen saneringsgezinde houding had, mede gelet op zijn agressieve gedrag tijdens de zitting en de terugval in verslavingsproblematiek. De toepassing van de schuldsaneringsregeling werd daarom beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld, waarbij geen baten beschikbaar zijn voor voldoening van vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en geen saneringsgezinde houding.