Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
1.Onderzoek op de terechtzitting
31 oktober 2017 (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering) en van 4 december 2017.
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder parketnummer 10/067385-17 onder 2 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder parketnummers 10/681225-16, 10/067385-17 onder 1 en 3 en 10/682190-17 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 136 dagen met aftrek van voorarrest;
- wijziging van de voorwaarden die zijn gesteld bij vonnis van 24 maart 2016 van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken (parketnummer 10/680762-15), in die zin dat als bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd het volgen van een klinische behandeling, met bevel tot dadelijk uitvoerbaarverklaring van die voorwaarde, en verlenging van de proeftijd met 2 jaar van het bij voornoemd vonnis voorwaardelijk opgelegde strafdeel.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1.
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994;
2.
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
3.
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf & vordering tenuitvoerlegging
16 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en bovendien ten tijde van de onderhavige strafbare feiten nog in een proeftijd liep.
25 oktober 2017. Dit rapport houdt het volgende in.
8.Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
€ 544,11 (zegge: vijfhonderdvierenveertig euro en elf cent),bestaande uit materiële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 544,11(hoofdsom,
zegge: vijfhonderdvierenveertig euro en elf cent); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 544,11 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
10 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
1 jaar;