ECLI:NL:RBROT:2017:10890

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 oktober 2017
Publicatiedatum
29 mei 2018
Zaaknummer
10/720035-14 (vonnis ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak

De rechtbank Rotterdam behandelde op 3 oktober 2017 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie vorderde betaling van een bedrag tot maximaal € 674.212,32, verkregen uit feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.

De verdediging bepleitte vrijspraak van de ten laste gelegde feiten en afwijzing van de vordering tot ontneming. De rechtbank sprak de veroordeelde op dezelfde dag vrij van de ten laste gelegde feiten, zoals blijkt uit het bijgevoegde vonnis. Gezien deze vrijspraak kon de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet worden toegewezen.

Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, onder voorzitterschap van W.A.F. Damen en met M. Smit en G.P. van de Beek als rechters.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af omdat de verdachte is vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/720035-14
Datum uitspraak: 3 oktober 2017
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:
[naam veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,
raadsvrouw mr. K. van de Wijngaart, advocaat te Schiedam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 september 2017.

2.Vordering

De vordering van de officier van justitie, mr. M. Tiebosch, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 674.212,32.
De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

3.Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten, alsmede afwijzing van de vordering van het wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de bepleite vrijspraak.

4.Vrijspraak

Bij vonnis van deze rechtbank van heden (3 oktober 2017) is de veroordeelde vrijgesproken voor de ten laste gelegde feiten. Van dat vonnis is een kopie, aangeduid als A, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

5.Afwijzing vordering wederrechtelijk verkregen voordeel

Omdat de verdachte bij vonnis van heden voor de ten laste gelegde feiten is vrijgesproken, zal de vordering wederrechtelijk verkregen voordeel worden afgewezen.

6.Beslissing

De rechtbank:
- wijst de vordering af.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. M. Smit en G.P. van de Beek, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.