ECLI:NL:RBROT:2017:10952

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 april 2017
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
10/145084-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen en munitie

Op 18 juli 2015 werd verdachte betrapt op het voorhanden hebben van een geladen pistool van het merk Makarov, model PM, kaliber 7.65 mm, en acht bijbehorende kogelpatronen in Rotterdam. De rechtbank Rotterdam heeft vastgesteld dat verdachte dit feit heeft begaan en verklaarde het ten laste gelegde bewezen, waarbij overige tenlasteleggingen niet bewezen werden verklaard.

De rechtbank motiveerde de straf op basis van de ernst van het feit, het gevaar dat het bezit van een geladen vuurwapen voor de samenleving vormt, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hoewel de verdediging verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege de oudheid van de zaak en persoonlijke omstandigheden, oordeelde de rechtbank dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

De verdachte had geen strafblad voor soortgelijke feiten en de reclassering had een rapport opgesteld. De rechtbank hield rekening met het tijdsverloop dat niet aan verdachte te wijten was. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam op 5 april 2017.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen en munitie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/145084-15
Datum uitspraak: 5 april 2017
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te Curaçao op [geboortedatum verdachte],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte],
raadsman mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 maart 2017.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met aftrek van voorarrest.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 18 juli 2015 te Rotterdam
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Makarov, model PM, kaliber 7.65 m.m.,
en
voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 7.65 m.m.,
voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feiten

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van Categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen op de openbare weg.
Vuurwapens leveren in de maatschappij een onaanvaardbaar risico op, omdat het bezit van een vuurwapen maar al te gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan. Het afvuren van een vuurwapen kan ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Alleen al het tonen van een vuurwapen leidt tot grote angst van degenen die ermee geconfronteerd worden. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie maakt daarom een ernstige inbreuk op de rechtsorde. In strafverzwarende zin rekent de rechtbank het de verdachte bovendien aan dat het vuurwapen geladen was. Het bezit van een gebruiksklaar wapen is onaanvaardbaar en dient zwaar bestraft te worden.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportage
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 december 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten, gelet op de oudheid van de zaak en de ter terechtzitting aangevoerde persoonlijke omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van het feit ook thans nog niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast zal de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening houden met het tijdsverloop in deze zaak die niet aan de verdachte is te wijten

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter,
en mrs. C.M.A.T. van der Geest en K.J. van den Herik, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 april 2017.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 18 juli 2015 te Rotterdam
(een) of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Makarov, model PM, kaliber 7.65 m.m.,
en/of
(voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 7.65 m.m.,
voorhanden heeft gehad.