Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2017 in de zaak tussen
[Naam], te Rotterdam, eiser,
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
19 december 2014 was waargenomen dat een klant in de zaak van eiser een sigaret rookte, zodat reeds om die reden kon worden vastgesteld dat eiser in overtreding was. Eiser is dit meegedeeld in de beslissing op bezwaar van 8 mei 2015, die is genomen naar aanleiding van het bezwaar tegen het besluit van 27 februari 2015. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat verweerder eerst bevoegd is tot het opleggen van een bestuurlijke boete wegens een positief bevonden monster indien eiser eerst is meegedeeld dat een eerdere monstername positief was getest op tabak, moet dit worden verworpen. Er is geen rechtsregel of rechtsbeginsel aan te wijzen waaruit volgt dat op verweerder een dergelijk waarschuwingsplicht rust, terwijl uit een eventueel stilzwijgen niet het vertrouwen kan worden ontleend dat verweerder afziet van zijn bevoegdheid tot handhaving. Het behoort daarentegen tot de eigen verantwoordelijkheid van eiser om de toepasselijke tabakswetgeving na te leven.