ECLI:NL:RBROT:2017:1449

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2017
Publicatiedatum
23 februari 2017
Zaaknummer
10/750133-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 44 SrArt. 47 SrArt. 57 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opmaak en uitgifte vervalste reisdocumenten

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het valselijk opmaken en verstrekken van reisdocumenten. Verdachte leverde zijn foto in voor paspoortaanvragen op naam van anderen, waarbij een medeverdachte, ambtenaar Publiekszaken, betrokken was.

De officier van justitie stelde dat verdachte en medeverdachte samen reisdocumenten vervalsten, onderbouwd met onder meer camerabeelden en documenten uit 2013 en 2014. De verdediging voerde aan dat het enkel invullen van aanvraagformulieren met onjuiste gegevens zonder daadwerkelijke opmaak of uitgifte van paspoorten niet strafbaar is.

De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte en medeverdachte wisten dat de gegevens niet klopten, het niet is komen vast te staan dat de paspoorten daadwerkelijk zijn opgemaakt of afgegeven. Daarom vallen de gedragingen niet onder artikel 231 Sr Pro en is het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Andere mogelijke strafbare feiten of pogingen werden buiten beschouwing gelaten vanwege de dagvaardingstekst.

De uitspraak werd gedaan op 16 februari 2017 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, met mr. W.A.F. Damen als voorzitter.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat vervalste paspoorten daadwerkelijk zijn opgemaakt of afgegeven.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/750133-14
Datum uitspraak: 16 februari 2017
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2017.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. van der Maas heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4.Waardering van het bewijs

4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het vervalsen van reisdocumenten. Zij heeft daartoe het volgende gesteld.
Ten aanzien van 2013
In het onderzoek tegen medeverdachte [naam medeverdachte] is door de gemeente Dordrecht een grote hoeveelheid “aanvragen reisdocumenten” aangeleverd die door medeverdachte [naam medeverdachte] in behandeling zijn genomen. Hierbij werd een aanvraag voor een paspoort aangetroffen gedateerd 23 mei 2013 op naam van [naam] , maar de persoon op de bijgeleverde pasfoto is door de verbalisanten herkend als [naam verdachte] . Voorts is gebleken dat de aanvrager het reisdocument contant heeft afgerekend bij medeverdachte [naam medeverdachte] , destijds ambtenaar bij het Stadskantoor Dordrecht.
Ten aanzien van 2014
In het dossier bevinden zich camerabeelden die zijn gemaakt in het Stadskantoor in Dordrecht op 9 januari 2014. Op deze beelden zijn de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] te zien. Op de beelden is te zien dat de verdachte het Stadskantoor binnenkomt en dat hij wordt geholpen door [naam medeverdachte] . Na onderzoek is gebleken dat op het moment van de camerabeelden een paspoort is aangevraagd middels een spoedaanvraag. Bij de aanvraag werd een pasfoto van de verdachte aangeleverd terwijl het “aanvraagformulier reisdocument” op naam van een ander was gesteld.
Gelet op het voorgaande heeft de officier van justitie geconcludeerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard.
4.1.2.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde nu niet is komen vast te staan dat er daadwerkelijk paspoorten zijn opgemaakt of afgegeven. Het enkele invullen van een aanvraagformulier voor een reisdocument met onjuiste persoonsgegevens of een onjuiste pasfoto valt niet onder de delictsomschrijving van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht en is in zoverre dan ook niet strafbaar.
4.1.3.
Beoordeling
Uit de inhoud van het dossier is gebleken dat de verdachte in mei 2013 en in januari 2014 zijn foto heeft ingeleverd bij de aanvraag van een paspoort op naam van een ander. Zowel in 2013 als in 2014 is de medeverdachte [naam medeverdachte] in diens hoedanigheid van ambtenaar Publiekszaken bij het Stadskantoor Dordrecht, betrokken bij deze aanvragen.
De rechtbank duidt de omstandigheden in het dossier aldus, dat het niet anders kan dan dat zowel de verdachte als medeverdachte [naam medeverdachte] moeten hebben geweten dat de gegevens op het aanvraagformulier niet klopten met de bijgevoegde foto’s. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat deze gedragingen niet vallen binnen de delictsomschrijving van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het is immers niet komen vast te staan dat de reisdocumenten ook daadwerkelijk zijn opgemaakt en afgegeven. De omstandigheid dat het handelen van verdachte mogelijk andere strafbare feiten oplevert en/of dat wellicht sprake is van (een) poging(en), behoort, gelet op de tekst van de dagvaarding verder buiten beschouwing te blijven.
4.1.4.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. J. Bergen en M. Smit, rechters,
in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
(zaak paspoort)
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 5 februari 2014 te
Rotterdam en/of Dordrecht, althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
meermalen althans eenmaal,
(telkens) een reisdocument valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of een
zodanig stuk op grond van valse gegevens heeft doen verstrekken, dan wel een
aan hem, verdachte, en/of verdachtes mededader(s) of een ander verstrekt
reisdocument ter beschikking heeft gesteld van (een) derde(n), met het oogmerk
het door deze(n) te doen gebruiken als ware het aan hem/haar verstrekt,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk op één of meer
Nederlandse paspoort(en) (een) foto('s) van verdachte geplaatst en/of
personalia op dat/die paspoort(en) geplaatst die niet overeenkomt/overeenkomen
met de personalia van verdachte, en/of (vervolgens) dat/die paspoort(en)
uitgegeven aan verdachte en/of zijn mededader(s),
terwijl medeverdachte, ambtenaar zijnde, een bijzondere ambtsplicht schond
en/of bij het begaan van het/de strafbare feit/feiten gebruik heeft gemaakt
van macht en/of gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken;
(artikelen 44, 47, 57, 231 Wetboek van Strafrecht)