Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 112 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een behandelverplichting en de verplichting om naar school te gaan en een stageplek te zoeken;
- het reclasseringstoezicht en de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel onder parketnummer [nummer] .
4.Vrijspraak
van haar nekprobeerde te trekken. Later in het verhoor heeft de aangeefster wel verklaard dat de verdachte naar haar toe kwam om de ketting
uit haar handte pakken. Dit komt echter niet overeen met hetgeen zij eerder in het verhoor verklaarde en het komt evenmin overeen met de verklaring van de getuige [naam getuige] .
5.Bewijs
welin de woning aanwezig was, maar niet heeft gezien dat de verdachte de aangeefster toen heeft geslagen is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van aangeefster en de moeder van de verdachte. Ook de verschillen in de verklaringen van de aangeefster en de moeder van de verdachte, onder andere dat de aangeefster zelf niet heeft verklaard dat zij op de grond is gevallen, maken niet dat moet worden betwijfeld of de moeder van de verdachte wel getuige is geweest van het voorval op [datum 2] .
6.Strafbaarheid feiten
mishandeling, begaan tegen zijn moeder;
poging tot afpersing;
mishandeling, begaan tegen zijn moeder;
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen,
52 (tweeënvijftig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van [datum vonnis] aan de veroordeelde opgelegde taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.