ECLI:NL:RBROT:2017:1669
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Maximale dwangsom toegekend en beroep verwezen naar bezwaar bij niet tijdig beslissen
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek om een dwangsom vanwege overschrijding van de beslistermijn bij haar bijstandsaanvraag van 8 augustus 2016. Verweerder had op 9 februari 2017 drie besluiten genomen: afwijzing van de bijstandsaanvraag, terugvordering van voorschotten en toekenning van een dwangsom die werd verrekend met openstaande vorderingen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder met het dwangsombesluit het beroep tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit geheel heeft ingewilligd, waardoor het belang van eiseres bij dat deel van het beroep vervalt en dit deel niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het beroep heeft tevens betrekking op het dwangsombesluit zelf, inclusief de verrekening van de dwangsom met voorschotten.
Omdat eiseres het niet eens is met de verrekening en de afwijzing van haar bijstandsaanvraag, en mogelijk bezwaar zal maken tegen die besluiten, verwijst de rechtbank het beroep tegen het dwangsombesluit naar verweerder ter behandeling als bezwaar conform artikel 4:125 Awb Pro. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht, omdat de dwangsom pas na het instellen van het beroep werd toegekend en het beroep van licht gewicht is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het dwangsombesluit is verwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaar.