ECLI:NL:RBROT:2017:1862
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing huishoudelijke ondersteuning Wmo 2015 niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres had een aanvraag voor huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen. Na het primaire besluit en het ongegrond verklaren van het bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting bleek dat eiseres inmiddels huishoudelijke verzorging in natura was toegekend. De rechtbank overwoog dat procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling ontbreekt indien het nagestreefde resultaat niet meer kan worden bereikt en geen feitelijke betekenis meer heeft. De weigering betrof een afgesloten periode in het verleden, en terugwerkende kracht is niet mogelijk.
De rechtbank stelde vast dat het belang van een inhoudelijk oordeel ook kan liggen in toekomstige aanvragen, maar dit was niet het geval voor eiseres. De stelling dat de toegekende zorg onvoldoende is, had in een aparte procedure aan de orde kunnen komen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.