ECLI:NL:RBROT:2017:1975
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en instabiliteit
Verzoeker diende op 11 november 2016 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank hield op 9 januari 2017 een zitting waar verzoeker werd gehoord. Verzoeker ontvangt een uitkering en pensioen en heeft een schuldenlast van €37.534,61.
De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Uit het dossier bleek dat een schuld van €19.555,44 bij een derde was ontstaan rond 2002 en door betalingsachterstanden was toegenomen, wat niet te goeder trouw kon worden geacht. Daarnaast had verzoeker een belastingdienstschuld van €6.290 wegens onjuiste opgave van huur- en zorgtoeslag over meerdere jaren, wat eveneens niet te goeder trouw was.
Verder was er een gegronde vrees voor het ontstaan van nieuwe schulden, omdat verzoeker ondanks het inkomen en de huurinkomsten kennelijk nog steeds huurtoeslag ontving die mogelijk teruggevorderd zou worden. De financiële problemen van verzoeker duren al twintig jaar en de rechtbank achtte intensievere begeleiding noodzakelijk. Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en onvoldoende stabiele financiële situatie.