ECLI:NL:RBROT:2017:2076
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietige dagvaarding wegens onjuiste betekening aan verdachte met verblijfplaats
De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 februari 2017 een zaak tegen een verdachte die niet was verschenen. De dagvaarding was op twee manieren betekend: één via de griffier en één via toezending aan het door de verdachte opgegeven verblijfadres. De Interdepartementale post- en koeriersdienst (IPKD) heeft twee keer geprobeerd de dagvaarding op dat adres te bezorgen, maar zonder succes en zonder een afhaalbericht achter te laten.
Volgens artikel 588 Sv Pro moet bij tevergeefse bezorgpogingen een afhaalbericht worden achtergelaten, wat in dit geval niet is gebeurd. De toezending van een afschrift per post compenseert dit niet. Daarom is de betekening niet rechtsgeldig verricht. Omdat de verdachte niet op de terechtzitting verscheen, verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig.
De tenlastelegging betrof opzettelijk zwaar lichamelijk letsel door het slaan of gooien met een stoel en diefstal van een mobiele telefoon. De rechtbank heeft het onderzoek op de terechtzitting verricht, maar kon door de nietige dagvaarding niet inhoudelijk oordelen over de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis tekenden. De jongste rechter kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens onjuiste betekening.