ECLI:NL:RBROT:2017:2287
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Lunenberg
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie banenafspraak wegens geschiktheid drempelfuncties
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen indicatie banenafspraak toe te kennen, omdat zij volgens het UWV het minimumloon kan verdienen. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiseres werd bijgestaan door een gemachtigde.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres, rekening houdend met haar medische beperkingen, in staat is om ten minste één drempelfunctie uit te oefenen zoals facilitair medewerker of wikkelaar. De rechtbank toetst of de drempelfuncties geschikt zijn voor eiseres en of het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan.
De rechtbank oordeelt dat eiseres licht beperkt is in het omgaan met kritiek, maar dat dit binnen de normale verwachtingen van een manager valt. De drempelfuncties zijn voorbeeldfuncties en geen concrete vacatures, waardoor een gedetailleerd onderzoek naar de geschiktheid van een specifieke manager niet mogelijk is. Ook is eiseres niet beperkt in het werken in een prikkelrijke omgeving en kan zij mondelinge en schriftelijke instructies ontvangen.
De rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige ondersteunen het standpunt dat eiseres geschikt is voor ten minste één drempelfunctie. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres het minimumloon kan verdienen en wijst het beroep af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 29 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geschikt is voor ten minste één drempelfunctie en het minimumloon kan verdienen.