Op 26 juli 2015 werd verdachte beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een achtjarig buurmeisje in zijn woning. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte haar had opgetild, gekieteld en over haar vagina had gewreven. Verdachte ontkende het laatste ten stelligste.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf met voorwaarden, onderbouwd met de verklaring van het slachtoffer en de eerdere veroordelingen van verdachte voor pedoseksuele delicten. Verdachte had bovendien een maand geen libido-remmende medicatie gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte zich grensoverschrijdend had gedragen door het meisje in zijn woning toe te laten en te kietelen, de verklaring van het slachtoffer over het wrijven over de vagina onvoldoende werd ondersteund door zelfstandig bewijs. De verklaringen waren afkomstig van één bron en vertoonden inconsistenties, waardoor de betrouwbaarheid werd getemperd.
Daarom kon het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend worden bewezen en sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen straf of maatregel was opgelegd en de civiele weg openstond.