ECLI:NL:RBROT:2017:2341
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in civiele procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.A.F.M. Wouters, rechter in de rechtbank Rotterdam, wegens vermeende vooringenomenheid. Dit naar aanleiding van een civiele procedure waarin verzoeker partij is en waarin de rechter tijdens een comparitie meer vragen aan verzoeker stelde dan aan de eisende partij. Verzoeker baseerde zijn wrakingsverzoek mede op het feit dat de rechter in het verleden als rechter-commissaris betrokken was bij zijn strafzaak.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. Zij overwoog dat het stellen van meer vragen aan de ene partij niet automatisch wijst op vooringenomenheid, zeker niet wanneer dit wordt toegelicht en niet wordt betwist. Ook het toelaten van een toeschouwer om te spreken tijdens de comparitie was niet betwist en werd verklaard door de rechter. De rechtbank benadrukte dat rechters geacht worden professioneel en onbevooroordeeld te zijn.
De eerdere rol van de rechter als rechter-commissaris in de strafzaak van verzoeker werd niet als reden voor wraking aanvaard, mede omdat de strafzaak was afgerond en de civiele procedure een andere periode betrof. Verzoekers beroep op artikel 268 lid 2 Sv Pro, dat de rechter-commissaris uitsluit van de inhoudelijke strafrechtelijke beoordeling, werd niet analoog toegepast op civielrechtelijke procedures.
De rechtbank concludeerde dat geen objectieve feiten of omstandigheden waren die de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid rechtvaardigden. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.