ECLI:NL:RBROT:2017:2370
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.A. Kalk
- J.A.M.J. Janssen Timmermans
- I.K. Rapmund
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van getuigen in zijn strafzaak, omdat hij meende dat de rechter-commissaris vooringenomen was door het getuigenverhoor door te laten gaan zonder aanwezigheid van zijn raadsman. De verdediging stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de planning van de verhoren op 11 januari 2017.
De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en vastgesteld dat de planning van de getuigenverhoren op meerdere momenten aan de verdediging was medegedeeld, onder meer via e-mail en tijdens een eerdere zitting. De rechter-commissaris had rekening gehouden met de belangen van de verdediging en de getuigen en had de verhoren voortgezet vanwege de impact op de betrokkenen en de noodzaak van voortgang in de zaak.
De rechtbank overwoog dat een onwelgevallige beslissing van een rechter-commissaris op zichzelf geen grond voor wraking is, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft. Dit was niet het geval. De rechter-commissaris had de verdediging de mogelijkheid geboden om schriftelijk vragen te stellen en de getuigen te laten terugkomen indien nodig.
Gelet op de belangenafweging en de communicatie met de verdediging achtte de rechtbank het wrakingsverzoek ongegrond en wees het af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken op 17 februari 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.