Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij GR IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [naam 3] , werkzaam bij Schuman Incasso & Gerechtsdeurwaarders, namens Hoist,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan tien concurrente schuldeisers, waarbij negen schuldeisers instemden maar Hoist niet. Hoist betwistte de problematische schuldensituatie en stelde dat verzoekster meer kon betalen en de schuld niet te goeder trouw was ontstaan.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een problematische schuldensituatie, dat verzoekster een fulltime dienstverband had en dat het voorstel financieel transparant en goed gedocumenteerd was. Verzoekster had haar afloscapaciteit verhoogd tot 72,36% en de extra correctie voor hoge huurlasten geschrapt.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder woog dan dat van Hoist, die een aandeel van 39,44% in de schuldenlast had. De extra betalingsregeling met Hoist paste niet binnen het minnelijke traject.
De rechtbank beval Hoist om in te stemmen met het dwangakkoord, veroordeelde Hoist in de proceskosten en wees het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis trad in de plaats van vrijwillige instemming.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord tegen schuldeiser Hoist wordt toegewezen en Hoist wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.