Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn voormalige echtelieden met drie minderjarige kinderen. De man is verplicht kinderalimentatie te betalen, maar verzocht meerdere malen om verlaging of nihilstelling hiervan. Eerder werd dit afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie.
In deze kort gedingprocedure vordert de man schorsing van de executie van de alimentatieplicht, stellende niet in staat te zijn te betalen vanwege deelname aan een vrijwillig schuldsaneringstraject en onregelmatige inkomsten via uitzendwerk. De vrouw betwist dit en wijst op het nalaten van betalingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het ontbreken van financiële stukken, de man aannemelijk heeft gemaakt onvoldoende draagkracht te hebben, mede door zijn deelname aan schuldhulpverlening en gebruik van voedselbank en kledingbank. Ook acht de rechter aannemelijk dat loonbeslag onder uitzendbureaus tot werkverlies kan leiden.
Daarom wordt de executie van de alimentatieplicht geschorst tot de bodemprocedure is afgerond. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De executie van de kinderalimentatieplicht wordt geschorst totdat in de bodemprocedure is beslist.