Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Mevrouw [naam] , verzoekster;
- De heer mr. E.R. Butin Bik, advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster vroeg op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening om de ontruiming van haar woning te voorkomen. De rechtbank constateerde een bedreigende situatie nu een ontruimingsvonnis en exploot waren overgelegd. Verzoekster gaf aan dat haar huurbetalingen deels door haar broer werden voldaan en dat zij onder behandeling is voor gokverslaving.
Verweerster stelde dat de huurachterstand was opgelopen en dat verzoekster onvoldoende medewerking verleende aan schuldhulpverlening. De rechtbank oordeelde dat de lopende huurbetalingen weliswaar werden voldaan, maar onduidelijk bleef wie deze betalingen uitvoerde. Gezien de gokverslaving en het ontbreken van waarborgen werd aan het moratorium de voorwaarde verbonden dat verzoekster beschermingsbewind aanvraagt.
De voorziening werd slechts voor drie maanden toegekend met de verplichting dat verzoekster binnen deze termijn beschermingsbewind regelt. Tevens werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een geslaagd minnelijk traject door een erkende instelling.
Uitkomst: Moratorium van drie maanden toegekend met de voorwaarde dat verzoekster beschermingsbewind aanvraagt; verzoek tot schuldsanering niet-ontvankelijk verklaard.