Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Woonbron.
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurde een woning van Woonbron, waarvan de huurovereenkomst door de kantonrechter op 24 februari 2017 is ontbonden wegens niet-naleving van de zelfbewoningsplicht. De kantonrechter heeft de ontruiming gelast en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Eiser stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag.
Woonbron kondigde de gedwongen ontruiming aan per 19 april 2017. Eiser vorderde in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis, stellende dat het vonnis een juridische misslag bevat en dat hij door psychische en financiële problemen tijdelijk elders verbleef zonder het hoofdverblijf te wijzigen. Tevens werd een beroep gedaan op een dreigende noodtoestand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen juridische misslag was, omdat de kantonrechter de bewijsmiddelen zorgvuldig had gewogen. Wel werd het beroep op noodtoestand gehonoreerd, aangezien eiser aannemelijk maakte dat zijn psychische problemen zijn verergerd en hij recentelijk doorverwezen is naar specialistische hulp. Gelet op de langdurige bewoning, het ontbreken van alternatieve huisvesting en het feit dat eiser de gebruiksvergoeding blijft betalen, werd de ontruiming geschorst tot het eindarrest van het gerechtshof.
Woonbron werd veroordeeld in de proceskosten van eiser, terwijl een dwangsom werd achterwege gelaten omdat geen reden was te twijfelen aan vrijwillige naleving van het vonnis.
Uitkomst: De ontruiming van de woning wordt geschorst vanwege een aannemelijke noodtoestand totdat het gerechtshof Den Haag uitspraak doet.