ECLI:NL:RBROT:2017:3057
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van ruim € 539.000. De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Uit het dossier bleek dat verzoeker een hoge schuld aan de Rabobank had, ondanks welke hij nieuwe leningen bij dezelfde bank is aangegaan. Verzoeker gaf onvoldoende inzicht in de inkomsten uit zijn ondernemingen en gaf toe dat hij op hobbybasis gokte, waarbij hij aanzienlijke bedragen had verdiend maar deze niet aanwendde voor schuldaflossing. Tevens was verzoeker betrokken bij een lopende strafzaak wegens het overleggen van een valse werkgeversverklaring.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet te goeder trouw was, niet saneringsgezind handelde en gegronde vrees bestond dat hij niet aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zou voldoen. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende saneringsgezindheid.