ECLI:NL:RBROT:2017:3060
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en saneringsgezindheid
Verzoeker heeft op 11 januari 2017 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Rotterdam heeft verzoeker gehoord op 3 april 2017 en beoordeelt dat verzoeker slechts één schuld heeft aan ING Bank, ontstaan in 2003, die inmiddels is opgelopen tot €21.608,69. Verzoeker was eerder al toegelaten tot de WSNP, maar deze regeling werd in 2006 tussentijds beëindigd wegens tekortkomingen.
De rechtbank stelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schuld. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij arbeidsongeschikt is en dat hij zich inspant om betaald werk te vinden. Zijn verklaring dat hij vanwege gezondheidsproblemen en zorg voor twee jonge kinderen niet werkt, wordt niet voldoende ondersteund door medische stukken.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen uit de WSNP zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank heeft ernstige twijfels over zijn saneringsgezindheid en wijst daarom het verzoek af. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en onvoldoende saneringsgezindheid.