ECLI:NL:RBROT:2017:3117
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsanering wegens ontbreken toestand van opgehouden te betalen
Verzoeker heeft op 10 augustus 2016 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Hij heeft inkomsten uit arbeid en een schuldenlast van circa €53.720,80. De rechtbank heeft verzoeker gehoord tijdens zittingen op 14 november 2016, 27 december 2016 en 3 februari 2017 en diverse schriftelijke stukken bestudeerd.
De schuldeisers bestaan uit de Belastingdienst, zijn ex-vrouw, diens ouders, GPS-Buddy Nederland B.V. en CZ. De Belastingdienst heeft loonbeslag gelegd, maar verzoeker woont sinds december 2016 bij zijn vriendin. De Belastingdienst wilde niet meewerken aan een betalingsregeling, terwijl andere schuldeisers bereid zijn te wachten en een regeling te treffen. Verzoeker stelt dat hij binnen vijf jaar al zijn schulden kan aflossen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker momenteel niet verkeert in een toestand van opgehouden te betalen en ook niet aannemelijk is dat hij niet zal kunnen voortgaan met betalen. Het loonbeslag alleen is onvoldoende bewijs. Ook de bereidheid van schuldeisers tot uitstel en betalingsregelingen en de verklaring van verzoeker wegen mee. Daarnaast is de schuld aan de ex-vrouw grotendeels het gevolg van een terugbetalingsafspraak die niet verenigbaar is met toelating tot schuldsanering.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van toestand van opgehouden te betalen.