Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij schuldbemiddelingsinstantie Avres (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer mr. H.M. van Engelshoven, namens ABP.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, arbeidsongeschikt verklaard en met een aanzienlijke schuldenlast, bood een schuldregeling aan waarbij preferente en concurrente schuldeisers een percentage van hun vordering zouden ontvangen. Vier van de vijf schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar pensioenuitvoerder ABP weigerde instemming vanwege een vordering uit onverschuldigde pensioenuitkeringen en beriep zich op verrekening op grond van artikel 307 Faillissementswet Pro.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van ABP slechts een klein deel van de totale schuldenlast uitmaakt en dat het voorstel zorgvuldig is getoetst door een onafhankelijke partij. Gezien de arbeidsongeschiktheid van verzoeker en het maximale haalbare karakter van het voorstel, weegt het belang van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder dan dat van ABP.
De rechtbank stelde tevens vast dat artikel 307 Faillissementswet Pro niet van toepassing is omdat de wettelijke schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken. De vordering van ABP is bovendien niet effectief verrekenbaar sinds het pensioen nihil is gesteld. Daarom werd ABP bevolen in te stemmen met het dwangakkoord en werd het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering afgewezen.
Uitkomst: ABP wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling en het subsidiaire verzoek tot wettelijke schuldsanering wordt afgewezen.