ECLI:NL:RBROT:2017:3162
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Geen einde strafzaak ondanks sepot wegens overdracht vervolging aan buitenlandse autoriteiten
De rechtbank Rotterdam behandelde verzoeken van een verdachte die 77 dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten en een schadevergoeding vorderde op grond van artikel 89 Sv Pro wegens onterechte detentie. De zaak tegen hem was in Nederland geseponeerd wegens onvoldoende nationaal belang, maar tegelijkertijd overgedragen aan Franse autoriteiten voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat de strafzaak niet is geëindigd zoals bedoeld in artikel 89 Sv Pro, omdat de vervolging feitelijk voortduurt in Frankrijk. De overdracht van het dossier en de voortzetting van het voorarrest in Frankrijk maken dat het Nederlandse sepot niet als einde van de strafzaak kan worden beschouwd.
Hoewel de procedure voor overdracht niet volgens de formele route van artikel 552t Sv is gevolgd, achtte de rechtbank dit niet relevant voor de beoordeling van het verzoek. De rechtbank koos voor een materiële benadering en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken wegens feitelijke voortzetting van de strafzaak in Frankrijk.