ECLI:NL:RBROT:2017:3325
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Op 20 maart 2015 heeft de rechter een eindbeslissing gegeven in een procedure betreffende een verzoekschrift tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. Op 7 april 2017 dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de rechter die deze beschikking had gegeven.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, waaronder de beschikking van 20 maart 2015 en de brief van verzoekers van 11 april 2017. Wraking is bedoeld om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van de zaak betrokken is.
Omdat de rechter op het moment van het wrakingsverzoek de zaak al had afgerond met een eindbeslissing, kon het doel van wraking niet meer worden bereikt. Daarom werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld en buiten behandeling gesteld op grond van artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de eindbeslissing is ingediend.