Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
B+M Baustoff+Metall B.V.,
1.de vennootschap onder firma [VOF].,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft twee facturen gestuurd aan gedaagde sub 1 voor geleverde zaken, die pas op 15 februari 2016 werden voldaan. Eiseres vorderde vervolgens buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente wegens te late betaling. Gedaagden betwistten de vordering en stelden dat de facturen binnen de afgesproken termijn waren betaald.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6:96 lid 4 BW Pro bij handelsovereenkomsten een minimale incassokost van €40,- verschuldigd is zodra een factuur niet binnen de betalingstermijn wordt voldaan. Echter bleek uit het dossier dat eiseres geen incassohandelingen had verricht vóór de betaling, aangezien de eerste sommatiebrief op dezelfde dag als de betaling dateerde. Hierdoor kon geen aanspraak op incassokosten worden gemaakt.
De rechtbank wees daarom de hoofdsom van de vordering af en volgde daarin ook de nevenvorderingen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagden, die nihil werden begroot omdat gedaagden de procedure zelf voerden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het daadwerkelijk verrichten van incassohandelingen voorafgaand aan het vorderen van buitengerechtelijke incassokosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat geen incassohandelingen zijn verricht vóór betaling.