Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 2],
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure heeft eiser op 14 april 2016 N.D.B.E. II en [gedaagde 2] gedagvaard. Op 20 juni 2016 is eiser toegelaten tot de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en is een bewindvoerder benoemd. De schuldenaren hebben de bewindvoerder opgeroepen het geding over te nemen, maar deze is niet verschenen.
Naar aanleiding hiervan hebben N.D.B.E. II en [gedaagde 2] op de rolzitting van 2 november 2016 verzocht om ontslag van de instantie. De rechtbank overweegt dat het niet verschijnen van de bewindvoerder betekent dat hij het geding niet wenst over te nemen, waardoor de schuldenaren op grond van artikel 27 lid 2 Fw Pro het recht hebben om ontslag van de instantie te vragen.
De rechtbank weegt het belang van de schuldenaren om niet geconfronteerd te worden met proceskosten tegen het belang van eiser om een beslissing op de zaak te krijgen. Nu eiser geen belang heeft gesteld tegen het verzoek en zelfs om doorhaling heeft verzocht, wordt het verzoek toegewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op het griffierecht van €619,00.
Uitkomst: De rechtbank verleent ontslag van de instantie aan N.D.B.E. II en [gedaagde 2] en veroordeelt eiser in de proceskosten van €619,00.