ECLI:NL:RBROT:2017:3612
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging erkenning door wettelijke vertegenwoordiger in afstammingszaak
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld over een verzoek tot vernietiging van de erkenning van een minderjarige, ingediend door diens wettelijke vertegenwoordiger, de moeder. De man heeft de minderjarige erkend, hoewel hij niet de biologische vader is. De moeder wilde namens de minderjarige de erkenning laten vernietigen.
De rechtbank stelde vast dat in afstammingszaken de bijzondere curator exclusief bevoegd is om de minderjarige te vertegenwoordigen, zoals bepaald in artikel 1:212 BW Pro. Dit sluit de algemene vertegenwoordiging door de ouders uit. De moeder kon daarom niet namens de minderjarige het verzoek indienen.
De bijzondere curator had bovendien geadviseerd de moeder niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de wettelijke termijn voor vernietiging was verstreken en het niet in het belang van de minderjarige was het verzoek over te nemen. De rechtbank volgde dit advies en verklaarde de moeder niet-ontvankelijk. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging erkenning door wettelijke vertegenwoordiger is niet-ontvankelijk verklaard wegens exclusieve vertegenwoordiging door bijzondere curator.