ECLI:NL:RBROT:2017:3780

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 maart 2017
Publicatiedatum
18 mei 2017
Zaaknummer
10/660403-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken nauwe samenwerking bij openlijke geweldpleging

De rechtbank Rotterdam behandelde op 10 maart 2017 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging op of omstreeks 13 juli 2016 te Capelle aan den IJssel.

De officier van justitie eiste een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, op grond van getuigenverklaringen en fotobewijs dat verdachte samen met anderen geweld zou hebben gebruikt tegen het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat verdachte weliswaar had gevochten, maar geen anderen daarbij had gezien behalve enkele toeschouwers.

De rechtbank stelde vast dat verdachte geweld had gebruikt tegen het slachtoffer en dat ook door minstens één ander geweld was gepleegd. Echter was er geen sprake van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de andere geweldpleger. Getuigenverklaringen wezen op twee afzonderlijke, aansluitende vechtpartijen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde openlijke geweldpleging in vereniging.

De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, met J.B. Smits als voorzitter en H.J.M. van der Kaaij en M.M. Dolman als rechters.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van openlijke geweldpleging in vereniging wegens ontbreken van bewuste samenwerking.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/660403-16
Datum uitspraak: 10 maart 2017
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. C.G.Th. van de Weerd, advocaat te Dordrecht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 maart 2017.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.J.V. Pols heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat, gezien de verklaringen van getuigen en hetgeen op de foto’s is te zien de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, door samen met anderen geweld te gebruiken tegen aangever [naam slachtoffer] .
4.1.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft weliswaar gevochten, maar hij heeft daar geen anderen bij gezien, behalve enkele toeschouwers. Van het gevecht tussen aangever en een andere jongen weet verdachte niets.
4.1.3.
Beoordeling
Op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, kan worden vastgesteld dat de verdachte geweld heeft gebruikt tegen de aangever. Ook kan worden vastgesteld dat rond dezelfde tijd door in ieder geval één ander geweld is gebruikt tegen de aangever. De rechtbank is echter van oordeel dat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en die andere geweldpleger. Zowel getuige [naam getuige] als medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat een ander eerst met aangever gevochten heeft en dat, toen die vechtpartij voorbij was, de verdachte met aangever begon te vechten. De rechtbank concludeert dat vrijwel aansluitend twee onderscheiden vechtpartijen hebben plaatsgevonden, en niet kan worden gezegd dat de ene geweldpleger deelnam aan het door de andere gepleegde geweld. Verdachte moet derhalve van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging worden vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.B. Smits, voorzitter,
en mrs. H.J.M. van der Kaaij en M.M. Dolman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 13 juli 2016 te Capelle aan den IJssel, op of aan de
openbare weg, Valeriusrondeel, in elk geval op of aan een openbare weg,
openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] ,
welk geweld bestond uit het
meermalen, althans eenmaal (telkens)
- die [naam slachtoffer] in het gezicht, althans op/tegen het hoofd slaan en/of stompen,
en/of
- die [naam slachtoffer] ten val brengen, en/of
- ( terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag) die [naam slachtoffer] op/tegen het hoofd schoppen
en/of trappen, en/of
- die [naam slachtoffer] met het hoofd tegen (een) portier(s) van auto's slaan/gooien;
(artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht);