ECLI:NL:RBROT:2017:3811
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende administratie
Verzoekster heeft verzocht om opheffing van haar faillissement en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde positief, maar constateerde dat verzoekster geen baan had en dat haar administratie niet voldeed aan wettelijke eisen. De grootste schuld betrof onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag.
De rechtbank beoordeelde of verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Verzoekster had geen deugdelijke administratie overlegd en erkende dat zij onterecht kinderopvangtoeslag ontving en gebruikte voor haar onderneming. Zij had onvoldoende onderzoek gedaan naar haar recht op toeslagen en was te afhankelijk geweest van adviezen van derden.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet te goeder trouw was en dat er geen voldoende aannemelijke feiten waren die toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen. Ook was niet gebleken dat verzoekster de oorzaken van haar schulden onder controle had. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende administratie.