Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 mei 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Die ongelijkheid is er wel tussen het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar op grond van de Wgs en het instellen van hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank op een verzoekschrift op grond van de Wsnp. In het eerste geval wordt wel griffierecht geheven, in het laatste geval, op grond van het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad dat door de wetgever in de Wet griffierechten in burgerlijke zaken (Wgbz) is verwerkt, niet. Zoals uit dat arrest van de Hoge Raad volgt, is de ratio van het niet heffen van griffierecht voor het indienen van een verzoekschrift de toegankelijkheid van de schuldsaneringsregeling te bevorderen door geen onnodige financiële drempels op te werpen. In dat arrest is geoordeeld dat, gelet op die ratio en het door artikel 6 van Pro het EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, in afwijking van de destijds geldende Wgbz ook in hoger beroep en in cassatie geen griffierecht verschuldigd is.
Beslissing
mr. D. Brugman, leden, in aanwezigheid van mr. P.B. Thiemann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2017.