ECLI:NL:RBROT:2017:4020
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Geen proceskostenvergoeding bij niet-aanwijzing onrechtmatigheid in kinderopvangtoeslagzaak
Eiser maakte bezwaar tegen het primaire besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin het voorschot kinderopvangtoeslag over 2012 werd herzien naar nul euro vanwege het ontbreken van betaalbewijzen. In het bestreden besluit werd het bezwaar gegrond verklaard en werd alsnog kinderopvangtoeslag toegekend.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit en vorderde een proceskostenvergoeding omdat in de bezwaarprocedure geen vergoeding was toegekend. Verweerder stelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding niet tijdig en niet op de juiste wijze was ingediend en dat het primaire besluit niet was herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding wel tijdig per e-mail was gedaan, maar dat het primaire besluit niet herroepen was wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Eiser had pas in de bezwaarfase betaalbewijzen overgelegd, waardoor de herziening niet aan verweerder te wijten was.
Daarom was er geen grond voor een proceskostenvergoeding en werd het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A.C. Prins op 30 mei 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend omdat het primaire besluit niet herroepen is wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.