ECLI:NL:RBROT:2017:4076
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Janssen
- E.G. Fels
- M. Cupido
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling medeplegen witwassen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 februari 2017 een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van maximaal €7.000,-, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling van de verdachte wegens medeplegen van witwassen.
De officier van justitie stelde dat het volledige bedrag van €7.000,- als voordeel aan de veroordeelde moest worden toegerekend, omdat niet kon worden vastgesteld welk deel bij de verdachte was gebleven. De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts €250,- van het bedrag mocht houden en de rest moest afstaan, ondersteund door ping-gesprekken met een onbekende derde.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte daadwerkelijk voordeel heeft genoten uit het witgewassen geld. Daarom werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt op de eerdere veroordeling voor medeplegen van witwassen. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil en wijst de vordering tot ontneming af.