Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
medeplegen van witwassen.
€ 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 16 februari 2017 een vonnis gewezen in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde was eerder veroordeeld wegens medeplegen van witwassen. De officier van justitie vorderde aanvankelijk ontneming tot een maximum van €24.000, maar wijzigde dit tijdens het requisitoir naar €250 op basis van de bekennende verklaring van de veroordeelde.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde €250 bedroeg, conform zijn eigen verklaring dat hij niet meer dan dit bedrag mocht behouden van het opgenomen geld. Dit bedrag werd aan de veroordeelde opgelegd als verplichting tot betaling aan de staat.
Bij de beslissing werden de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde meegewogen. De wettelijke grondslag voor deze ontnemingsvordering is artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €250 aan de staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.