ECLI:NL:RBROT:2017:4309
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraak faillissement besloten vennootschap in liquidatie
De rechtbank Rotterdam heeft op 16 maart 2017 het faillissement uitgesproken van een besloten vennootschap in liquidatie. De procedure werd gevoerd naar aanleiding van een aangifte tot faillietverklaring door de vereffenaar, mr. P. de Graaf, die zich op artikel 2:23a lid 4 BW baseerde. Deze bepaling verplicht de vereffenaar het faillissement aan te vragen indien verwacht wordt dat de schulden de baten zullen overtreffen.
De rechtbank nam kennis van de financiële situatie van de vennootschap, waarbij de schulden circa € 818.430,- bedragen, met een kortlopende schuld van € 1.779,- volgens de jaarrekening 2014. Hoewel er een potentiële bate bestaat wegens een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid ter hoogte van € 583.650,-, achtte de rechtbank summierlijk bewezen dat de vennootschap haar schulden niet meer kan voldoen.
Verder oordeelde de rechtbank dat zij bevoegd is deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen op grond van artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000, aangezien het centrum van voornaamste belangen in Nederland is gelegen. Tot slot benoemde de rechtbank mr. A.J. van Spengen tot rechter-commissaris en mr. P. de Graaf tot curator, en gaf de curator de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de gefailleerde.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde de besloten vennootschap in liquidatie failliet en benoemde een curator en rechter-commissaris.