ECLI:NL:RBROT:2017:4310
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende afspraken bij uittreding uit V.O.F.
Verzoeker diende op 10 januari 2017 een verzoekschrift in voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Hij ontving een participatiewet-uitkering en had een schuldenlast van €46.912,59. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan zijn verzoek, wat een vereiste is voor toelating.
De schulden aan ABN AMRO en International Card Services ontstonden deels door het rookgedrag van verzoeker, wat de rechtbank verwijtbaar achtte omdat hij eerder had moeten stoppen met roken gezien zijn financiële situatie. Daarnaast ontstonden andere schulden uit een vennootschap onder firma (V.O.F.) waarin verzoeker samen met een mede-vennoot actief was. Bij zijn uittreding uit de V.O.F. in mei 2016 werden geen schriftelijke afspraken gemaakt en vond geen afrekening plaats, waardoor verzoeker aansprakelijk bleef voor ondernemingsschulden.
De rechtbank vond dat verzoeker onvoldoende had gedaan om zijn schuldenlast te beperken en dat hij naliet afspraken te maken over de verdeling van activa en schulden bij uittreding. Dit gebrek aan goede trouw en inspanningen om schulden te voldoen stond toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg. Feiten die toelating ondanks het ontbreken van goede trouw zouden rechtvaardigen, waren niet aannemelijk gemaakt.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende afspraken bij uittreding uit de V.O.F.