ECLI:NL:RBROT:2017:4343
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- S. Poiesz
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst en ontbinding wegens sluiting broodjeszaak
De kantonrechter Rotterdam behandelde op 6 juni 2017 een geschil tussen een werkneemster en haar werkgever over de opzegging en ontbinding van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding.
De werkneemster trad op 1 september 2016 in dienst voor een jaar, maar werd op 31 januari 2017 door de werkgever per WhatsApp opgezegd. De werkneemster betwistte de opzegging en verzocht vernietiging daarvan, betaling van achterstallig loon en verstrekking van salarisspecificaties. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd met instemming van de werkneemster en dat de loonvordering niet terecht was wegens het niet meer werken van de werkneemster.
De kantonrechter oordeelde dat geen ondubbelzinnige instemming met de opzegging was gegeven en dat de werkneemster haar recht op loon behield. De opzegging werd vernietigd. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over december 2016 tot en met februari 2017 en doorbetaling van loon tot de rechtsgeldige beëindiging. Daarnaast moest de werkgever binnen zeven dagen correcte salarisspecificaties verstrekken.
De werkgever verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verval van de arbeidsplaats door sluiting van de broodjeszaak. De kantonrechter stelde vast dat dit een redelijke grond was en ontbond de arbeidsovereenkomst per 7 juni 2017. Een billijke vergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan verwijtbaar handelen van de werkgever. Proceskosten werden deels toegewezen.
Uitkomst: De opzegging wordt vernietigd, loonbetaling toegewezen en de arbeidsovereenkomst ontbonden per 7 juni 2017.